Wie een beleidsnota, programmaplan of activeringsflyer openslaat, kan er bijna niet omheen: termen als ‘veerkracht’, ‘weerbaarheid’, ‘eigen kracht’, ‘zelf-’ en ‘samenredzaamheid’ en ‘draagkracht’ springen in het oog. Sommige begrippen zijn opvallend vaag, andere lijken juist vanzelfsprekend precies. Toch hebben ze één ding gemeen: ze zijn nooit neutraal en sturen hoe problemen worden begrepen en aangepakt.
Juist in domeinen als zorg, veiligheid en migratiebeleid zijn begrippen meer dan beschrijvingen: zij sturen interventies, legitimeren keuzes en verdelen kansen en lasten. Dit themanummer vertrekt vanuit die observatie. Sluit het woordgebruik van de bewoners van een wijk in Den Haag wel aan bij bij termen als ‘kwetsbaarheid’ en ‘onveilig’ die gebruikt worden worden in beleidstukken? Kan een digitale wijkagent voor ‘verbinding’ zorgen, een diep verankerd begrip binnen het veiligheidsdomein? Hoe lang kunnen nieuwe termen zoals ‘inclusie’ of ’pluralisme’ die een politiek geworden strijdterm als ‘diversiteit’ vervangen, in beleidsdocumenten neutraal blijven?
Sommige bijdragen richten zich op containerbegrippen zoals ‘verbinding’ of ‘zelfredzaamheid’, waarvan de kracht juist schuilt in hun openheid en bestuurlijke bruikbaarheid. Andere laten zien hoe ogenschijnlijk heldere termen strategisch worden geframed of hoe begrippen in de tijd van betekenis verschuiven. Wat deze bijdragen verbindt, is de vraag wat taal doet in beleid en praktijk.
Onder redactie van Iris Kolman,Vivian Thijssen, en Maartje van der Woude
128 pp
prijs losse nummers €10 (stud)-€15 (part)-€25 (inst)
